- Geen verifieerbaar wereldwijd percentage bestaat, cijfers komen uit nationale enquêtes.
- Duitsland: ongeveer 54% in 2001, ongeveer 50% in 2013, ongeveer 46% in 2021.
- Canada rond 61%, Japan strikter gemeten over 'weerpijn' ongeveer 20 tot 35%.
- Meest getroffen zijn vrouwen, oudere volwassenen en mensen met chronische aandoeningen.
- Eerlijke conclusie is een bereik: grofweg een derde tot twee derde van de volwassenen.
Weather sensitivity, het gevoel dat weersveranderingen uw welzijn beïnvloeden, komt verrassend vaak voor, maar er is geen enkel, betrouwbaar wereldtotaal. Wetenschappers baseren zich op bevolkingsenquêtes per land en die komen consequent neer op een brede bandbreedte: ergens tussen een kwart en twee derde van de volwassenen zegt dat het weer hun welzijn raakt. In Duitsland, het best onderzochte voorbeeld, heeft dat aandeel ongeveer rond de helft van de bevolking gelegen gedurende twee decennia. Hieronder leest u waar de cijfers vandaan komen, waarom ze zo verschillen tussen studies en wat u er wel en niet uit kunt afleiden.
De korte verklaring
In landen met degelijke enquêtes beschrijft grofweg een derde tot twee derde van de volwassenen zichzelf als weergevoelig. In Duitsland lag het in verschillende peilingen van 2001 tot 2021 ongeveer tussen 46 en 54 procent. Canada toonde in een vroeg onderzoek ongeveer 61 procent. Japanse studies die specifiek naar weergerelateerde pijn vragen, komen veel lager uit, doorgaans tussen 20 en 35 procent afhankelijk van de vraagstelling.
Waarom er geen wereldwijd cijfer bestaat
Er zijn meerdere redenen. Ten eerste gaat het om zelfrapportage: mensen geven hun eigen inschatting, geen objectieve meting. Ten tweede verschilt de formulering per enquête: algemene vragen over gevoeligheid halen meer positieve antwoorden dan precieze vragen over gedocumenteerde pijnklachten. Ten derde spelen cultuur en klimaat een rol, en grote delen van de wereld zijn helemaal niet onderzocht. Wie een precies globaal percentage noemt, extrapoleert meestal van een kleine, niet-representatieve steekproef.
Wat Duitse en andere onderzoeken laten zien
Duitsland heeft de rijkste reeks data: ongeveer 54% in 2001, 50% in 2013 en 46% in 2021 meldden enige weersgevoeligheid. In 2021 gaf ongeveer 12% een sterke invloed aan en ongeveer 34% enige invloed. In Canada was een vroeg onderzoek hoger met circa 61%. Onder oudere mensen met artrose in zes Europese landen meldde ongeveer twee derde een weersinvloed op gewrichtspijn, een hogere waarde die verband houdt met de gekozen doelgroep.
Wie het meest wordt getroffen
Enquêtes tonen vergelijkbare patronen: meer vrouwen dan mannen, meer ouderen dan jongeren en veel vaker mensen met chronische aandoeningen. In Duitsland uit 2021 noemden bijvoorbeeld rond 56% van de vrouwen en ongeveer 36% van de mannen zichzelf weergevoelig. Dit betekent niet noodzakelijk een eenvoudige oorzaak maar wel dat weergevoeligheid vaak samenhangt met reeds bestaande gezondheidsklachten.
Hoe u deze cijfers voor uzelf kunt gebruiken
Het belangrijkste is geruststellend: als u het weer voelt, bent u zeker niet alleen. Populatiecijfers vertellen echter over groepen, niet over individuele dagen. Houd uw eigen aantekeningen bij van symptomen en weersomstandigheden als u wilt ontdekken of er een herhaalbaar patroon is. Als klachten vaak en ernstig zijn, bespreek ze met een zorgverlener.
Bronnen
Belangrijke onderzoeken en overzichten komen uit publicaties zoals International Journal of Biometeorology en MDPI, plus nationale studies uit Duitsland, Canada en Japan. Voor achtergrond over ruimteweer en geomagnetische indices zie NOAA SWPC en GFZ (Kp en andere indices).
Gegenereerd op basis van actuele gegevens van NOAA SWPC en GFZ Potsdam en gecontroleerd door het MeteoStorms-team.
Gegevensbronnen:NOAA SWPC, GFZ Potsdam
